Clubliefde aan de Leieboorden: Anshel Ver Eecke

img 5649

13 januari 2020

Anshel Ver Eecke, de naam tovert spontaan een glimlach op het gezicht van de supporters van Decospan Volley Team Menen. De receptie-hoek arriveerde negen jaar geleden bij de eerste ploeg van Menen en is sindsdien niet meer weg te denken. Met zijn stabiele verdediging en slim aanvalswerk redde hij zijn ploeg het afgelopen decennium al meermaals uit benarde situaties. Menen houdt van Anshel en Anshel houdt van Menen. “Supporters die twee meter achter je opveren bij een zot punt, dat zijn de momenten waar je het voor doet.”

Vanaf het begin

Anshel is een echte Mjindeboy. Hij heeft zijn hele leven in de stad gewoond, zijn ouders wonen er nog steeds en hij heeft er al zijn familie. “Het was dus best logisch dat ik bij Menen begon te volleyballen. Mijn papa was hier vroeger trainer en zit in het jeugdbestuur. Als klein manneke ging ik mee en zo ben ik erin gerold.” De nummer 8 speelde daarna samen met onder andere Stijn D’Hulst en de broertjes Vandecaveye nog even bij Marke-Webis en even later aan de volleybalschool. “Blijkbaar heb ik daar toen een goed niveau gehaald, want toen ik afstudeerde als achttienjarige kreeg ik meteen een voorstel van Menen. Ik heb daar nooit over getwijfeld. Het was een droom die uitkwam om te kunnen spelen voor mijn jeugdploeg.”

“Supporters die twee meter achter je opveren bij een zot punt, dat zijn de momenten waar je het voor doet.”

Geen spijt

9 jaar later is Anshel nog steeds aan de slag voor zijn jeugdploeg. “Er zijn wel eens contacten geweest met Roeselare of Maaseik, maar tot echte voorstellen is het nooit gekomen. Toen ik debuteerde op het hoogste niveau had ik zeker de ambitie om ooit naar het buitenland te trekken of voor grotere ploegen te spelen. Dat is niet gebeurd en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad”, benadrukt hij. “Na een jaar of drie zweven tussen reserve en basis kon ik mijn plekje in de starting six van Menen veroveren. Die speelgarantie had ik niet bij andere ploegen. Waarom zou ik dan weggaan? Ik amuseer mij hier keihard en het is een topgevoel om vaste waarde te worden.”

“Het is de max om hier te spelen”, gaat Anshel verder. “’s Ochtends vertrek ik naar mijn werk in Moeskroen. Om 12u schuif ik bij mijn grootouders aan tafel waar ik een warme maaltijd voorgeschoteld krijg, dan heb ik nog even de tijd om te rusten en naar de training te komen.”

 Wijsheid doorgeven aan de jeugd

Anshel geeft daarnaast ook nog een keer per week training aan de U17. “Ik doe dat nu samen met Jente De Vries. Vroeger gaf ik twee keer per week training en coachte ik nog een wedstrijd in het weekend. De club heeft nu een regeling gevonden, waardoor ik niet meer moet coachen en daar ben ik blij om. Ik hou van het coachen, meer nog dan training geven, maar het werd te belastend. Bij de jeugd viel dat wel mee, maar toen ik assistent-coach was in eerste provinciale was ik pottenerveus! Het gebeurde toen meer dan eens dat ik even later op mijn eigen wedstrijd in Liga A nog steeds opgefokt was door die eerdere wedstrijd. Het werd ook te druk. Eerst zelf een hele namiddag trainen, dan nog anderhalf uur training geven en in het weekend een wedstrijd coachen en zelf een spelen. Toen ik 18 jaar was, lukte me dat wel, maar nu voel ik dat hoor.”

Hij doet het met veel passie, training geven. “Ik hou ervan om mijn kennis door te geven aan de jonge spelers. Dan heb ik het vooral over discipline en tactiek. Daarom heb ik ook liefst de wat oudere spelers. Vroeger trainde ik nog de U13, maar omdat ik nog geen trainersdiploma heb, vind ik het moeilijk om techniek aan te leren. Daarnaast is tactiek ook mijn favoriete onderdeel in het volleybal. Zelf heb ik ook al veel bijgeleerd. Je kan niet alle spelers op dezelfde manier behandelen, want iedereen zit anders in elkaar. Na een paar trainingen, weet ik wel hoe de vork in de steel zit en pas ik me daaraan aan.”

Het vuur van de hel blijft branden

Speler, trainer, familie ter plaatse … ondanks alles slopen er vorig seizoen toch wat twijfels binnen. Boosdoeners daarvoor waren de sponsorperikelen waarmee de club te kampen kreeg. “Tijdens die periode heb ik wel eens ‘wat nu?’ gedacht. Op zo’n momenten overloop je de verschillende opties en besef je dat er eigenlijk niet zoveel zijn. Ik heb wel nooit getwijfeld aan de mensen die toen zijn opgestaan en zich ingezet hebben voor de redding van de club en kijk, het is allemaal goed gekomen hé. Daar ben ik erg tevreden mee.”

Maar goed ook, want er zijn een heleboel mooie dingen gebeurd in de Vaubanhal. “Het is best moeilijk om er een specifiek moment uit te kiezen. Ik herinner me nog een wedstrijd in de Challenge Cup een aantal jaar geleden. We speelden toen tegen de Turkse topploeg Istanbul. De zaal zat afgeladen vol en wij waren de underdog. Toch wonnen we die wedstrijd. De sfeer toen was echt geweldig. Dat vergeet ik nooit.”

“Ik heb nooit getwijfeld aan de mensen die voor het seizoen zijn opgestaan om de club te redden. En kijk, het is goed gekomen hé. Daar ben ik erg blij mee.”

Anshel droomt weg als het over de sfeer in de hel gaat. “Elk jaar spelen we hier van die topwedstrijden, met punten waar iedereen gek van wordt. Vorig jaar hadden we er ook weer zo’n paar. Ik herinner me nog een killblock van Wannes De Beul aan het einde van een wedstrijd, de zaal ontplofte. Voor zo’n momenten train je. Met coach Ratko Peris kon je dat goed voelen de week vooraf. Hij was toen altijd wat gepikeerder. Op training voelde je de spanning ook stijgen. We werkten een week toe naar zo’n match. Als het dan lukt op zo’n manier dat de supporters twee meter, want dat is het maar hé, achter je volledig uit hun dak gaan, dan is dat een heerlijk gevoel. Dat zijn eigenlijk de beste en mooiste momenten van de voorbije negen jaar”, besluit hij.

Tekst: Steffi Verheye
Foto's: Sébastien Turkery


Lees het artikel als PDF

Vragen?
Lid of sponsor worden?